De halve hyena

…voor de maag…

De bedoeïenen staan erom bekend dat ze bijzonder veel weten van natuurlijke geneeswijzen. En dus vroeg ik Aliyan om mij van alle planten die we tegenkwamen te vertellen waartoe ze gebruikt konden worden.

Ik wees op een klein, grijsachtig struikje. ‘Dat is voor de maag’ zei Aliyan. Je doet de blaadjes bij de thee, net als met salie. ‘Voor de maag,’ zei hij bij een andere struik en daarna nogmaals.
‘Is alles voor de maag?’ Vroeg ik nieuwsgierig.
‘Alles is voor de maag,’ antwoordde hij met een grijns. ‘Alles wat je eet! Hij maakte een wijds gebaar. ‘Voor de mensenmaag, de geitenmaag, de kamelenmaag.’ Ik wist weer waarom ik zo graag met hem op pad ging. Hij had een apart soort humor. Maar een kruidenkenner was hij niet, dat bleek wel.
‘Heel veel planten kunnen gebruikt worden. Tegen hoofdpijn of kiespijn, als je niet kunt poepen of diarree hebt, voor bij het eten of als thee. In de wadi Khallal hebben we thee van die gele bloempjes gedronken, weet je nog? Maar ik herken die planten niet, bovendien groeien er veel in de bergen en daar kom ik nooit. Geef mij trouwens maar een tablet tegen de hoofdpijn.’

’s Avonds pakte ik het onderwerp weer op.
‘Slangen,’ zei ik, ‘wat kan je daarmee?’
‘Doodmaken, allemaal.’ Dat schoot niet op.
‘Maar als je gebeten wordt?’ ik vermoedde half en half dat hij me met een flauw antwoord zou afschepen maar nee, hij ging ervoor zitten.
‘De Jabaliya bedoeïenen bakken soms een slang, als je veel pijn hebt in je polsen of zo. Dat is voor oude mensen. Als je gebeten wordt dan moet je zorgen dat je de wond met je eigen bloed schoonspoelt. Je moet de wond insnijden. Daarna branden en bladeren erop leggen.

Maar sommige dieren zijn wel heel heilzaam. Als je altijd heel veel pijn hebt, of voortdurend moe bent, helpt het vlees van dieren die we eigenlijk niet mogen eten, zoals dat van de vos of de hyena. Je gaat in een hut of tent zitten waar een pot het hyena- of vossevlees gekookt wordt. Je wordt in dekens gewikkeld en moet steeds in de damp zitten en van het kooknat drinken. Maar alleen de rechterhelft mogen we gebruiken, omdat het eigenlijk geen voedsel is. Het is medicijn. Gebruik je alles, dan wordt het weer voedsel.’
‘Denk je dat het helpt? Zo’n halve hyena of vos?’
‘Wie weet? Bouillon van vossevlees is ook goed voor kamelen en verzwakte kinderen.’

‘En dat branden dat jullie doen? Met die spijkers?’ Ik wist dat zowel mens als dier bij bepaalde ziektes gebrand worden. Allereerst volgt dan een drukpuntmassage en tot slot wordt behandeling beëindigd door een of meer drukpunten te schroeien met een gloeiende spijker. Mij leek die gloeiende spijker nou pijnlijke onzin maar Aliyan reageerde voor zijn doen fel.
‘Dat is een prima geneeswijze, nee hoor, dat werkt echt. Overal doen ze het, bij ons, in Saoedi Arabië, in Syrië, alle bedoeïenen doen het.’
‘En jij, ben jij weleens gebrand?’
‘Mijn moeder wilde het niet.’
Wat mij op het idee bracht om moeder maar eens aan de tand te voelen. Die mij vertelde dat ze het niet over haar hart had kunnen krijgen om haar jongste aan de hete spijkers bloot te stellen.
‘En hij werd toch beter, al-Hamdullilah.’

Marion Meulenbroek
http://www.hadiyareizen.nl

Zinvol zwoegen?

Na twee weken besloot ik met Aliyan, de broer van Mahmud, op pad te gaan. Hij had twee aardige kamelen en daar gingen we dan, op weg naar de zandvlakte.

Eigenlijk reden we maar wat, zonder plan of afspraak. En zo stuitten we op een legertent met flink wat kratten eromheen. Nieuwsgierig als we allebei zijn, volgden we de sporen van de bewoners een kloof in. Waar we maar liefst twintig Britse scholieren en twee docenten troffen. De helft stond te zwoegen aan het eind van de kloof. Emmers zand werden weggedragen en zakken cement geleegd en met water vermengd. Rotsblokken werden naar de bouwplaats gerold of gedragen. Rode bezwete hoofden draaiden zich naar ons toe en bekeken onze kamelen nieuwgierig. En ons ook: Aliyan de bedoeien en ik in mijn bedoeienenjurk.
Ze bouwden een waterkering zodat het regenwater opgevangen kon worden. De Egyptische begeleider bekeek het geheel goedkeurend terwijl hij aan zijn theeglaasje nipte.
Een van de docenten kwam op ons toe. Ja, we mochten onze watervoorraad aanvullen. Dit was zijn project. De jongens en meisjes werkten hier een week en daarna mochten ze een dag kameelrijden en een dag snorkelen. En dan weer naar huis.

Terwijl we verder reden maakte ik een rekensom: tickets, eten en drinken en twee uitstapjes: dat kwam toch al snel op 8000 euro. Daar kon je heel wat bedoeïenen voor inzetten. Die nu allemaal werkeloos op toeristen zaten te wachten. Wat vond Aliyan ervan? Maar die maakte een wegwerpgebaar.
‘Vliegmaatschappijen willen ook verdienen. Daar werken ook mensen. Anders wordt straks jouw ticket weer duurder’. Een onverwachte invalshoek vond ik. Maar Aliyan verbaasde me wel vaker met zijn kijk op zaken.

Na een half uur kwamen we langs de zogenaamde tomatenvelden. Binnen een rand tomaten wordt opium of hasjiesj gekweekt. Ik telde vijf bronnen op een rij.
‘Weten de bedoeïenen dat deze bronnen er zijn?’
‘Iedereen weet dat, zelfs de politie en het leger. Maar de politie durft hier niet te komen en als het leger al komt, dan verbranden ze de helft van de oogst. De andere helft mag de kweker houden. Ze weten dat we arm zijn.’
‘Maar, die waterkering, die is dan toch overbodig?’
‘Jij bent schrijfster, jij denkt over die dingen na. Dan schrijf je je stukje. Ik niet. Het is aardig dat die scholieren dat voor ons doen. Verder heb ik er niets mee te maken. Ik krijg dat geld heus niet om mijn familie van aan het werk te zetten. En regenwater is erg lekker, lekkerder dan bronwater.’