Verdwaald

Zandvlakte van al-Makhroom

Eeuwenlang overleven in de woestijn maakt dat de bedoeïenen zich zeer bewust zijn van de omgeving. Niets vergeten ze: waar dit plantje opkomt, waar die sayyala (acacia raddiana) staat of waar volgende wadi naartoe leidt.

Eenmaal maar hoeven ze een route te lopen en dan staat die voor altijd in het geheugen gegrift. En zo kon het tot een misverstand komen dat gelukkig geen kwalijke gevolgen had. Ik wilde graag naar de Wadi Sa’al, maar Aliyan was er nog nooit geweest.
‘Maar jij wel, toch?’ Ik knikte.
‘Vanuit al-Makhroom?’ Weer knikte ik. Waarna we tot mijn verbazing vertrokken, want eerder had hij gezegd dat hij me niet kon gidsen. Maar ik bekommerde me niet om dit veranderd inzicht, want zoiets gebeurt vaak. Wat hier de achtergrond van was wist ik niet en het kon me ook niet schelen.

In Makhroom gekomen maakten we ons eten klaar. We sprokkelden hout en bouwden een vuurplaats. Daarna kookten we, aten, verzorgden de kamelen, kletsten nog wat en gingen slapen.

De volgende dag om half 10 stonden we klaar voor vertrek.
‘Zeg het maar,’ zei Aliyan.
‘Wadi Sa’al,’ zei ik, ‘via Bir Safra.’
‘Waarheen?’ Ik dacht dat Aliyan ofwel zeer slecht geslapen had ofwel me bij de neus nam.
‘Wadi Sa ‘al,’ herhaalde ik.
‘Waarheen dan,’ herhaalde hij. Hij wees met zijn hand naar de duinenrij rechts, de antracietkleurige bergen voor ons en de kloof links. Ik haalde mijn schouders op.
‘Weet ik niet, hoor.’ Voor de eerste keer, zolang ik hem ken, keek hij geërgerd.
‘Je bent hier toch geweest in 2008? Hoe moet het verder?’
‘Een keer maar,’ protesteerde ik. ‘Hoe kan ik dan weten waar ik heen moet?’ Aliyan zuchtte, liet zijn kameel knielen en stapte af. Hij liep weg en beklom een zandheuvel. Met moeite, ik zag zijn voeten diep wegzakken en soms wegglijden. Wat zou hij gaan doen? Wilde hij bovenop het duin tot honderd tellen? Om zijn ergernis kwijt te raken? Maar eenmaal boven zag ik hem zijn mobiel pakken en later hoorde ik hem op luide toon praten. Hij wees met zijn hand naar de rij zwarte bergen, boog zijn vingers naar voren en bewoog ze of hij piano speelde. Daarna wees zijn hand naar rechts en maakte een bocht naar voren. De route, begreep ik. Zonder woorden steeg hij op en vertrokken we. Richting de bergen waar ons ongetwijfeld een pas wachtte waarna we rechtsaf zouden gaan.

Terwijl we verder reden bekeek hij me af en toe peinzend, een beetje medelijdend. ‘Zonder gids zou je doodgaan. Hoe het met jou moet, ik weet het niet. Hoe overleef je daar in Nederland?’
‘Ik schrijf, dat weet je toch?’
‘Maar echt iets dat erop aan komt, dat kan je niet.’
Nee,’ zei ik.

http://www.hadiyareizen.nl

De pootjes van het kamelenjong

Trekken door de woestijn is een enorm mooie belevenis. Wat het voor mij vooral bijzonder maakt is de samenwerking met de kamelen. Wederzijdse afhankelijkheid, want zonder het dier zouden wij niet ver komen en het dier zonder ons krijgt gebrek aan voedsel.

Tenminste, dat laatste dacht ik altijd. Want wij nemen altijd durra voor de kamelen mee. Daarnaast knabbelen ze soms onderweg aan de struikjes die we tegenkomen. Hebben we een rustpauze, dan binden we de voorbenen aan elkaar, zodat ze niet al te ver weg dwalen. Al knabbelend trekken ze van struikje naar struikje. Mooi om te zien, want van elk struikje nemen ze maar een beetje en ook de wortels blijven onbeschadigd.

Kamelen en bedoeïenen: dat hoort bij elkaar als Knabbel en Babbel, als Sjors en Sjimmie. Maar elke bedoeïen heeft zo zijn eigen gedachte hoe je met de dieren omgaat. Sommigen staan snel met de stok klaar, maar anderen vinden dat een teken van zwakheid. Ik trek graag de woestijn in met goede kamelen en een gids, die de dieren fatsoenlijk behandelt. In eerste instantie wekte het verbazing als ik informeerde welke kamelen er meegingen. Maar nu zijn de bedoeïenen eraan gewend. Maryam wil prettige kamelen, geen angstige en ook geen bijters.

Op een van mijn vorige tochten liep een aardige jongen mee, die het de wandelaars ongelooflijk naar de zin maakte. Maar kwam hij in de buurt van zijn kameel, dan begon die angstig te brullen. Altijd. Bij anderen vertoonde hij dat gedrag veel minder. Hij had littekens en schuurplekken bij het zadel en het was ook al geen feest hem te berijden. Er viel niet mee samen te werken. Jammer van de jongen, maar hij mag niet meer mee.

Hoe anders is Aliyan met de kamelen. ‘Opzadelen vinden ze niet fijn, daarom krijgen ze dan wat te eten,’ zegt hij. Nog nooit zag ik dat een ander doen. En dus hangen we ’s morgens vroeg de voederzak om hun hoofd en geven ze wat durra. Ze laten zich ontspannen beladen.
Fu’ad houdt erg veel van zijn merrie. Ze moet bevallen en dus gaat hij niet met de familie mee naar de weidegronden. Hij is nerveus en hoopt dat alles goed gaat.

In NRC van 3 april stond een verslag van een wandeltocht met kamelen door de westelijke woestijn van Egypte. Een tocht die zwaarder is dan wat ik te bieden heb. En ook langer. Afzien is het geblazen, zowel voor mens als dier. Zo ging het vroeger, toen karavanen met zout of andere goederen door de woestijn trokken en zo gaat het nu, ten behoeve van een handvol toeristen, kennelijk ook.

Dat mensen voor hun genoegen hun grenzen opzoeken is ze van harte gegund. Dat er geen eten voor de kamelen meegaat staat mij helemaal niet aan. Dat zelfs een hoogzwangere merrie -de pootjes van het jong zijn al te zien- nog beladen wordt vind ik schandalig. Alsof de bedoeïenen niet wisten dat ze hoogzwanger was. Alsof er voor een relatief klein bedrag niet drie extra kamelen meekunnen die de zakken met durra dragen. En de toeristen komen niets tekort: soep, salade, sinaasappels; het is er allemaal.

Het lijkt me gepast dat de toeristen wat inschikken ten bate van de kamelen. Wie 11 dagen wil afzien kan ook best zonder salade of fruit. Water en brood, stel ik voor.

http://www.hadiyareizen.nl

Zinvol zwoegen?

Na twee weken besloot ik met Aliyan, de broer van Mahmud, op pad te gaan. Hij had twee aardige kamelen en daar gingen we dan, op weg naar de zandvlakte.

Eigenlijk reden we maar wat, zonder plan of afspraak. En zo stuitten we op een legertent met flink wat kratten eromheen. Nieuwsgierig als we allebei zijn, volgden we de sporen van de bewoners een kloof in. Waar we maar liefst twintig Britse scholieren en twee docenten troffen. De helft stond te zwoegen aan het eind van de kloof. Emmers zand werden weggedragen en zakken cement geleegd en met water vermengd. Rotsblokken werden naar de bouwplaats gerold of gedragen. Rode bezwete hoofden draaiden zich naar ons toe en bekeken onze kamelen nieuwgierig. En ons ook: Aliyan de bedoeien en ik in mijn bedoeienenjurk.
Ze bouwden een waterkering zodat het regenwater opgevangen kon worden. De Egyptische begeleider bekeek het geheel goedkeurend terwijl hij aan zijn theeglaasje nipte.
Een van de docenten kwam op ons toe. Ja, we mochten onze watervoorraad aanvullen. Dit was zijn project. De jongens en meisjes werkten hier een week en daarna mochten ze een dag kameelrijden en een dag snorkelen. En dan weer naar huis.

Terwijl we verder reden maakte ik een rekensom: tickets, eten en drinken en twee uitstapjes: dat kwam toch al snel op 8000 euro. Daar kon je heel wat bedoeïenen voor inzetten. Die nu allemaal werkeloos op toeristen zaten te wachten. Wat vond Aliyan ervan? Maar die maakte een wegwerpgebaar.
‘Vliegmaatschappijen willen ook verdienen. Daar werken ook mensen. Anders wordt straks jouw ticket weer duurder’. Een onverwachte invalshoek vond ik. Maar Aliyan verbaasde me wel vaker met zijn kijk op zaken.

Na een half uur kwamen we langs de zogenaamde tomatenvelden. Binnen een rand tomaten wordt opium of hasjiesj gekweekt. Ik telde vijf bronnen op een rij.
‘Weten de bedoeïenen dat deze bronnen er zijn?’
‘Iedereen weet dat, zelfs de politie en het leger. Maar de politie durft hier niet te komen en als het leger al komt, dan verbranden ze de helft van de oogst. De andere helft mag de kweker houden. Ze weten dat we arm zijn.’
‘Maar, die waterkering, die is dan toch overbodig?’
‘Jij bent schrijfster, jij denkt over die dingen na. Dan schrijf je je stukje. Ik niet. Het is aardig dat die scholieren dat voor ons doen. Verder heb ik er niets mee te maken. Ik krijg dat geld heus niet om mijn familie van aan het werk te zetten. En regenwater is erg lekker, lekkerder dan bronwater.’