Samen koken

Iedere volwassen bedoeïen kan koken. Op gas, op een houtvuur, dat maakt niks uit. Vrouwen koken over het algemeen thuis, en mannen als ze in de woestijn zijn. De ouderen leren het de jongeren zelfs de kleintjes doen soms mee.

De kinderen beginnen rond hun tiende het brooddeeg te kneden onder toeziend oog van de aanwezigen. Het is een leuk spelletje in het begin. Net zoals afwassen of de geiten opdrijven. Maar rond het 15de jaar wordt er toch echt wel verwacht dat er een keurig brood gebakken kan worden. Of dat nu van de plaat is of vanuit de as van het vuur.77f
Brood bakken is altijd de taak van de jongste kameeldrijver die op de trektocht meegaat. Thuis doen de meisjes het. Maar hoe aardig het ook gaat, commentaar wordt er altijd geleverd. Niet alleen aan de broodbakkende jongens en meisjes, ook aan volwassenen , wat ze ook aan het doen zijn.

Op een avond zit ik met een stel oudere mannen en vrouwen rond het vuur. Er wordt macaroni klaargemaakt. De gastvrouw, Umm Salim, schenkt olie in de pan, voegt uien toe en duwde flink wat hout onder de pan om ze te fruiten. Het vuur laait op; de vlammen lekken hoog rond de ijzeren pot.
‘Het gaat te snel’ haar man trekt wat takken weg.
‘Nee, er zit te veel hout hier, maar in het midden moet het juist heter worden,’zegt haar zus en duwt een tak naar het midden.
‘Doe jij geen knoflook? Wij doen altijd knoflook,’ zei een grijsaard die ik niet ken.
‘Knoflook moet na het water,’zegt de man,’en het water moet er nu bij. Ga water pakken ya Salim.’
Zijn zoontje van 9 snelt weg en komt met de jerrycan terug.
De huisvrouw verblikt of verbloost niet. Zo gaat het altijd. Zij knikt naar haar man, schenkt water op de uien die vrolijk beginnen te sissen. Haar zus rommelt aan een kant met de takken terwijl de grijsaard aan de andere kant trekt en duwt. Het vuur vlamt flink op. Het water kookt. Umm Salim roert met een metalen staaf met gaatjes aan de zijkant in de pan.
‘Waarom gebruik je je fluit daarvoor! Ya Allah, ben je gek? Heb je dan geen lepel?’
‘ Ik was hem weer af.’
‘De macaroni moet er nu bij, hoor. Haal de macaroni ya Salim.’
‘Ik doe deze saus erbij.’ Umm Salim scheurt een zakje open.
‘Het kookt te hard. Straks is het hout op, trek het hout weg.’
‘Heb je geen verse tomaten? Ik neem nooit dat merk , ik neem vers en een blikje. Dat is lekkerder.’
‘Let nou op het vuur , de saus kookt niet meer, het moet toch koken?’
Onverstoorbaar roert Umm Salim met haar fluit door de saus. De grijsaard vraagt weer om knoflook, de zus bekijkt het zakje van de saus, Salim is bij de buren een lepel gaan halen en mag nu de fluit schoon gaan maken.
‘Doe je erwtjes erbij? Daar heb ik nou nog nooit van gehoord.’
‘Dat is nieuw, dat leerde Fathiya van haar man. ‘
‘O ja? Hoe kwam Swelmi daar dan bij?’
‘ Zeker van zijn broer, die is met een Egyptische getrouwd.’
‘Egyptische vrouwen, die kunnen pas koken! Nou, dan zal ’t wel lekker zijn.’
‘Wij bakken lekker brood, maar echt koken, nee, dat kunnen wij niet,’ zegt Umm Salim tegen mij. Ga maar eens bij de Egyptenaren eten ya Maryam. Die eten altijd of het feest is.’
Waarna ze een grote schaal pakt, de boel erop gooit, in het midden gesneden komkommer en tomaat strooit. Een schaaltje met ongesneden lente ui staat er naast.
Bismillah, zeggen we. We eten zwijgend. En als toetje speelt Umm Salim een kort wijsje op haar fluit. 19sinai 20112 101 - kopie

Marion Meulenbroek
Stichting Hadiya Reizen