Op zoek naar de heilige gronden

‘Heiligdommen? Die kennen wij hier niet hoor. Hoe kom je erbij?’ Sami klonk zelfverzekerd, maar ik geloofde hem niet. In heel Noord Afrika en het Midden Oosten vind je heiligdommen en dan zou er uitgerekend in Zuid-Sinai geen zijn? Dat leek me sterk. En daarom ging ik bij zijn moeder op bezoek.

heiligdom sinai woestijn egypteZij bevestigde mijn vermoeden. Zeker waren er heiligdommen in de streek. Twee kende ze goed: Die van Nabih Saleh langs de weg van Katharina naar de kust en die bij de oase al-Ahdar.
Eeuwenlang hebben dergelijke heiligdommen een belangrijke rol vervuld in het leven van de Moslims en Christenen in de regio. Men ging erheen om te bidden, vertroosting te vinden, te offeren en gunsten af te smeken.
Vaak is er op zo’n heilige plek een graftombe. Wie er ligt is lang niet altijd bekend: een stamoudste allicht van onbesproken gedrag, of een plaatselijke heilige. Maar soms vind je alleen maar een leeg gebouwtje, een oeroude boom of een merkwaardig gevormde rots. Wat vaststaat is dat de plek over bijzondere krachten beschikt. Wie er vertoeft weet zich omhuld door het goddelijke.

De volgende dag reden Sami en ik via diverse wadi’s westwaarts en al wat we zagen – gehuchten, weedplantages, kamelen – geen heiligdom. Sami chauffeerde me met frisse tegenzin. Hij had helemaal geen trek in een bezoek aan een gebouwtje waar bijgelovige moslims wie weet wat voor archaïsche handelingen verrichtten. Hij vond het ouderwets en hoopte dat ik mijn plan op zou geven. Hij wist nog wel een mooie moskee. Was dat niet een beter doel voor vandaag? Bovendien, de schrijn was waarschijnlijk allang ingestort en verdwenen.

We stopten bij een van de gehuchten om de weg te vragen. Niets bewoog. Geen geluid was er te horen en de hitte deed de lucht trillen.
‘Zijn er mannen?’ riep Sami. Een gesluierd hoofd dook op van achter een muurtje.
‘Nee. Wat wil je?’
‘Ik zoek een gids, ik moet naar de schrijn.’
‘Rij naar het noorden. Bij de hutten daar zijn wel mannen.’
Na tien minuten vonden we een stokoude man, die onder een afdakje lag te slapen. Hij belde zijn zoon, die bij ons in de jeep sprong.
.
Toch nog onverwacht doemde op de zandvlakte een vierkant gebouwtje voor ons op. Met de helderwitte koepel deed het me aan een Grieks kerkje denken. Dichterbij gekomen vonden we, verspreid op de grond, botjes en andere dierlijke resten. Hier was onlangs nog geofferd, dat stond vast. Maar Sami wilde er nog steeds niet aan. Die botten, beweerde hij, waren minstens 20, zo niet 30 jaar oud.
‘Echt Maryam, dit is van heel vroeger.’

Ik trok mijn schoenen uit en vond binnen een sarcofaag, bedekt met een groen kleed. Aan het hoofdeinde prijkte Surat-al-Sharh
‘Ken je de sura? Welke is het?’ Tegelijk besefte ik het onhandige van mijn vraag. Hij zou het niet weten. Misschien schaamde hij zich dan wel.
‘Dat hoef ik jou toch niet te vertellen, dat weet jij net zo goed,’ pareerde hij mijn vraag en wandelde naar buiten. Waar hij naar de wapperende stukjes groene stof keek, vastgebonden aan een balk. Hoe dat daar kwam en wie dat deden?
‘Het zijn stukjes van het kleed over het graf. De gelovigen die hier komen snijden wat weg en hangen dat dan op. Zo wappert hun wens naar boven, naar Allah.’

Toen we weer bij moeder verschenen pakte ze de pan met rijst. Ze gooide de inhoud op een schaal, gaf mij een lepel en maande ons te eten.
’t Was mooi,’ zei ik. Er hing een sura aan de muur.’
‘Ja, ’t is mooi. Ik ben er vroeger wel geweest. Met je vader. Jij was nog klein.’ Ze keek haar zoon aan. ‘Maryam vindt het mooi.’
Sami maakte met zijn rechterhand balletjes van de rijst en stopte die met een sneltreinvaart in zijn mond. Dan zei hij:
‘Ik zei het je toch, Maryam, 30 jaar geleden, toen kwamen er mensen.’

Surat al-Sharh (sura 94) (vertaling MM)

In de naam van God, de barmhartige, de liefdevolle
Zorgden wij er niet voor dat je weer kon ademen,
dat je last verlicht werd, de last die zo zwaar op je schouders lag?
Hebben wij je aanzien niet vergroot?

Leed en vertroosting komt te zelfder tijd
Ik zeg: leed en vertroosting komt te zelfder tijd
Mocht je je taak volbracht hebben, begin een nieuwe opdracht
En zoek voortdurend naar de Heer

Alle yogareizen van Stichting Hadiya reizen bezoeken het heiligdom en overnachten op de heilige gronden Een bijzondere plek om te mediteren en stil te staan bij wat je beroert.

Marion Meulenbroek
www.hadiyareizen.nl

Ik ken jou wel

Ik zou bij de moeder van Musa gaan eten en hij had me beloofd een auto te sturen. Om 7 uur ´s avonds scheurde een jeep met drie bedoeienen het strand op. Ik kende geen van hen, maar ze kwamen van Musa en of ik maar in wilde stappen.
´Ik ken jou wel,´ zei er eentje, ´Jij ben Maryam. ‘ Een jaar geleden zat je met je groepje bij mij in de taxi.’
Dit overkomt me wel vaker. Ik ben in een winkel of ergens in de woestijn en iemand drukt me hartelijk de hand. Nou ben ik niet zo goed in het onthouden van gezichten maar de bedoeienen des te beter. ‘Ik ken jou wel,’ zei ook Musa toen hij me ontmoette. ‘Vorig jaar zag ik je in een jeep zitten voor de kruidenier. Je had een rode sjaal om en je belde met iemand.’
‘Salaam Maryam’, zegt een zesjarig meisje op een feest tegen me. ‘Jij hebt mijn haar gevlochten heel lang geleden. ‘ Vaag staat me bij dat ik twee jaar geleden me eens lag te vervelen onder een boom in de woestijn en toen met de haren van een vierjarig kind in de weer was geweest. Dat ze me nu in het donker herkent en ook nog mijn naam weet verbaast me zeer.
Laatst was ik even bij het Katharinaklooster. ‘Ben je daar weer,’ zei een man met wei ik niets van doen heb. ‘Je komt hier al vanaf 2009.’
Waarmee ik maar wil zeggen: iedereen weet kennelijk altijd wat ik doe, aanheb, met wie ik me vertoon en waar. Ik word gezien. Niets blijft verborgen.

Marion Meulenbroek

http://www.hadiyareizen.nl